Een kennismaking met Belgisch meerkamptalent Cedric Nolf

In 2005 werd het Belgisch record tienkamp door François Gourmet op 7950 punten. Daarna ontwikkelde de Belgische meerkamp zich in een stroomversnelling. Natuurlijk waren er de successen van Tia Hellebaut. Zij scoorde in 2006 6200 punten op de zevenkamp en ze werd in 2008 wereld kampioen op de indoor vijfkamp met 4867 punten. Ook de mannen ontwikkelde zich uitstekend. In 2008 verbeterde Frederic Xhonneux het Belgisch record tienkamp en bracht het tot 8142 punten. Afgelopen jaar gingen zowel Thomas Vanderplaetsen (8157p), als Hans van Alphen (8200p) over die score heen. Achter de drie mannen gebeurt er ook van alles. Zo haalde jonge atleten als Bruno Carton-Delcourt en Jeremy Solot scores van rond de 7500 punten. Vooral de vooruitgang van Cedric Nolf baarde opzien. Hij scoorde in 2010 nog 7370 punten, afgelopen jaar verbeterde hij dat puntentotaal tijdens de universiade tot 7818 punten. De hoogste tijd dus om deze sympathieke Belg beter te leren kennen.

1. Wie is Cedric Nolf ?
Ik ben geboren in de zomer van 1989 in de stad Kortrijk (West-Vlaanderen). Daar ging ik ook naar school en raadde een van de sportleraren mij aan om een atletiekclub op te zoeken aangezien ik een aardige sprint in de benen had. In 1996 sloot ik mij aan bij de Kortrijkse atletiekclub. In de beginjaren was ik niet onder de indruk van de atletieksport aangezien ik alleen maar looptrainingen voorgeschoteld kreeg. De voornaamste reden hiervoor was dat er in die club enkel looptrainers aanwezig waren (ikzelf kreeg toen o.a. training van een snelwandelcoach…). Naast atletiek heb ik ook tal van andere sporten beoefend, maar er was geen enkele sport die mij echt passioneerde. Pas in het Olympische jaar 2000 werd ik gebeten bij het zien van de topatleten op de televisie. Ik ontdekte de andere disciplines en was vanaf dan verkocht aan de atletieksport. In 2003 verhuisde ik naar Zwevegem, waar ik mij ook bij de lokale atletiekclub Atletiek Zuid-West aansloot (en nog steeds aangesloten ben). Daar kreeg ik een betere opleiding en maakte ik een aardige vooruitgang. Ik trainde onder leiding van Rosanne Corneille, zelf een succesvol atlete geweest op nationaal niveau op de 200m horden, vijfkamp en het verspringen (PR: 6m25). Aangezien ik algemeen en allround trainde werd ik in geen enkele discipline opgemerkt als “een talent”. Toch bleef ik elk jaar op alle disciplines beter en beter presteren.

In 2007 (toen was ik 18 jaar oud) had ik nood aan een intensievere begeleiding en ruilde ik mijn trainster in voor ex-tienkamper Frank Vandaele (nog steeds mijn huidige coach). Hij had geen coachervaring maar wel voldoende bagage en kennis om mij op alle terreinen bij te schaven. Het bleek een succesvolle beslissing want tijdens onze samenwerking evolueerde ik van 6974 punten als tweedejaars junior (junior A in Nederland) tot 7818 bij de beloften (neo-senioren). Het voorlopige hoogtepunt in mijn carrière is het afgelopen zomerseizoen, toen haalde ik op mijn eerste internationaal kampioenschap (EK U23 in Ostrava/CZE) een 9e plaats met een nieuw persoonlijk record van 7640 punten. Een maand later deed ik nog beter door een 4e plaats te behalen op de Universiade in Shenzhen, China, met opnieuw een dik PR: 7818 punten. Tijdens dit seizoen heb ik het wedstrijdbeest in mezelf kunnen loslaten en krikte ik mijn persoonlijk tienkamprecord in drie keer op met meer dan 400 punten (448 punten om precies te zijn!).

2. Waarom trok de tienkamp je zo aan?
Er is nooit een dag geweest dat ik dacht van “nu doe ik aan tienkamp”, ik ben er gewoon in gegroeid. Aangezien ik in de jeugdcategorieën geen favoriete discipline had en alle disciplines leuk vond heb ik ook nooit een keuze gemaakt en ben ik gewoon alles blijven beoefenen. De tienkamp is voor mij dus veruit de meest passende en complete discipline. Ik houd enorm van de variatie. Ook de intensiteit waarmee je een meerkamp beleeft is voor mij heel aantrekkelijk. Elke wedstrijd vereist focus en organisatie, het is telkens een avontuur van enkele dagen die je start. Aangezien je vanwege de hoge fysieke (en mentale) belasting slechts 3 tot 4 tienkampen per jaar kan afwerken is ook elke meerkamp belangrijk. Dit zorgt ervoor dat de druk toch altijd wat groter is, maar dat is ook de voldoening achteraf!

3. Hoe vaak train je per week? En studeer je daar nog naast?
Het aantal trainingen per week blijft beperkt tot 5 à 7 keer. De reden hiervoor is tijdsgebrek, aangezien ik nog fulltime student ben (lichamelijke opvoeding en bewegingswetenschappen aan de Universiteit Gent) is het niet eenvoudig om veel meer te trainen. Het aantal trainingsuren per training is wel langer dan de gemiddelde tienkamper. Zo heb ik tijdens de winterperiode geregeld trainingen die 3 tot 4 uur duren. Dit is voor mij organisatorisch efficiënter dan bijvoorbeeld 2 sessies per dag te doen. Er gaat anders te veel kostbare tijd verloren met reizen, warming up, enz…

4. Wat zijn jouw favoriete onderdelen? Welke onderdelen liggen je het minst?
Er zijn niet echt uitgesproken favorieten, maar ik heb wel een lichte voorkeur voor het speerwerpen omdat dit nummer heel gemakkelijk gaat en ik heel sterk op gevoel kan gooien. Het lijkt vanzelf te gaan, daarom steek ik er (voorlopig) ook niet veel energie in op training. Wat de voorkeur nog versterkt is dat ik op dit nummer vaak punten win ten opzichte van mijn concurrenten (persoonlijk record: 66m94). Ook het verspringen is een nummer waar ik mezelf goed in kwijt kan op wedstrijd. Dit gaat iets minder vanzelfsprekend dan bij het speerwerpen, maar toch kan ik er ook aardig uit de voeten. Evenals het speerwerpen investeer ik niet veel in het verspringen maar de laatste jaren is de stabiliteit in dit nummer niet optimaal. Daardoor pakken we het deze winter iets anders aan om mijn persoonlijk record (7m58) een stuk scherper te stellen en regelmatiger in die buurt te landen.

De onderdelen die mij het minst liggen zijn de langere loopnummers (400m en 1500m). De oorzaak is snel gevonden aangezien het ook mijn zwakste proeven zijn (49”92 en 4’51”14). Toch wordt er de laatste twee jaar en vooral deze winter flink aan gewerkt en ik voel dat ik nog een mooie progressiemarge heb. Op vlak van training haal ik wel veel voldoening uit langere loopwerk en vind ik die trainingen zo afschuwelijk niet.

donderdag, 1 december 2011

vorig nieuwsbericht
volgende nieuwsbericht
« terug naar overzicht